Sipko Mülder is op 1 juli aangetreden als algemeen secretaris/directeur van de CCMO. Hij volgt Stan van Belkum op, die de afgelopen vijf jaar leiding gaf aan het landelijk bureau dat de commissie ondersteunt.

‘Onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen, dat is wel de rode draad geweest in mijn loopbaan’, zegt Mülder over zijn motivatie om te werken in het domein van medisch-wetenschappelijk onderzoek. ‘Als veel andere mensen had ik als kind mensen om me heen met ernstige ziektes. Ik woonde tegenover het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis en dat vond ik een intrigerend instituut. Als puber had ik al belangstelling om daar op zijn minst een keer stage te lopen.’

Studie medische biologie

Tijdens zijn studie medische biologie kwam het daar inderdaad van. ‘Ik werd daar geraakt door wat er allemaal gebeurde aan onderzoek naar nieuwe behandelmethoden.’

Mülder promoveerde op onderzoek naar de resistentie van tumorcellen tegen cytostatica en chemotherapieën. Na zijn studie ging hij aan de slag bij het farmaceutische bedrijf Zeneca Farma, dat later opging in AstraZeneca. Mede dankzij die fusie kwam hij in zijn eerste leidinggevende functie terecht, bij een nieuw te vormen unit oncologie. Van daaruit groeide hij verder naar leidinggevende en bestuursfuncties bij het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de directie Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT) van het ministerie van VWS.

Het werkveld van klinisch onderzoek en alles wat daarbij komt kijken heeft hij dus inmiddels grondig verkend. Daarbij heeft hij zijn belangstelling ook verbreed richting andere onderzoeksterreinen, zoals de medische technologie.

‘Ik heb in die jaren natuurlijk een behoorlijk netwerk opgebouwd. Bij GMT heb ik de afgelopen zes jaar aan de beleidsknoppen gezeten rondom medische innovaties. Dat maakt voor mij de overstap naar de CCMO een heel logische. Medische innovatie past wel bij mij, ik ben daar nog steeds door geïntrigeerd. Dus ik ben ontzettend blij dat ik daar nu op deze plek aan kan bijdragen.’

Toekomst van toetsing

In zijn vorige functie werkte Mülder mee aan het programma ‘Toekomst van toetsing’. De uitvoering van het vervolg, het project ‘Toekomstbestendig toetsingstraject’ komt nu voor een groot deel bij hem terecht. ‘Er moet de komende jaren veel gebeuren. Dat komt ook door  de nieuwe Europese regelgeving. Een van de gevolgen is dat de beoordelingstermijnen van onderzoeksvoorstellen worden ingekort. We moeten er dus voor zorgen dat we in dat nieuwe ritme nog steeds een professioneel oordeel kunnen vormen over die voorstellen. We zullen bovendien meer moeten vertrouwen op de oordelen van andere Europese lidstaten.’

‘Verder zullen we met de METC’s moeten werken aan uniformering en harmonisaties, aan het systeem van toezicht, te beginnen met een kwaliteitsmanagementsysteem, aan een gezamenlijk ICT-systeem, en aan goede opleidingen voor commissieleden en bureaumedewerkers. Dat heeft natuurlijk allerlei uitdagingen, maar we zijn er al mee bezig.’

Voorspelbaar en transparant

Essentieel is volgens Mülder ook dat de werkwijze van alle medisch-ethische commissies meer op elkaar worden afgestemd. ‘We moeten de toetsing met elkaar zo voorspelbaar en transparant mogelijk maken, zodat onderzoekers en farmaceuten weten waar ze aan toe zijn. Dat vraagt dus om een nauwe samenwerking. Het hogere doel is uiteraard om mensen veilig en goed geïnformeerd te kunnen laten deelnemen aan klinisch onderzoek.’

Samen werken aan een gezond ecosysteem voor Nederland, zo noemt Mülder het. ‘Een goed onderzoeksklimaat, waardoor je ook in Nederland goed onderzoek kunt uitzetten. Dat is belangrijk voor onze plek in Europa en in de rest van de wereld.’