In meerdere opzichten was 2025 voor de CCMO een tussenjaar. In onze belangrijkste primaire taak, het beoordelen van onderzoeksvoorstellen, zijn we vooral op zoek gegaan naar het consolideren en verbeteren van onze werkprocessen.
Een grote stap daarin was de ingebruikname van het Onderzoeksportaal met daaraan gekoppeld het National Collaboration Platform (NCP). Dit heeft het indienen en afhandelen van onderzoeksvoorstellen verregaand gestroomlijnd.
Alleen met dergelijke innovaties en verbeteringen kunnen we weerstand bieden aan de nog steeds toenemende werkdruk. Zo zijn we een traject ingegaan om de samenwerking tussen bureaumedewerkers en commissieleden te optimaliseren. Ook kijken we naar de verdeling van het werk tussen de CCMO en de METC’s. Veel aandacht hebben we besteed aan het harmoniseren van werkprocessen met de METC’s. Hierin zijn de eerste stappen gezet, maar er liggen ook nog uitdagingen om hierin verder te gaan.
ICT speelt ook een rol. Dit werk kreeg aan het eind van het jaar nog een extra impuls, binnen de EU is het FAST-EU project gestart, een pilot om de doorlooptijd van studiebeoordeling bijna te halveren om zo de concurrentiepositie van Europa te versterken.
Het ministerie van VWS is gestart met een programma dat is gericht op de verbetering van het klinischonderzoekslandschap in Nederland, waaronder een project om te komen tot een toekomstbestendig toetsingssysteem. Het Strategisch Businessplan dat de CCMO en de NVMETC hebben opgesteld heeft hiervoor belangrijke input geleverd. Besluiten over de toekomst van toetsing vallen in 2026.
In 2025 is de samenwerking tussen het CBG en de CCMO geïntensiveerd, verdere ontwikkelingen in deze samenwerking zullen volgen.
Dichter bij huis heeft prof. dr. Joop van Gerven na veertien jaar CCMO-lidmaatschap de voorzittershamer overgedragen tijdens het voor hem georganiseerde afscheidssymposium.
Samenwerking binnen de CCMO
Om de kwaliteit van de protocolbesprekingen te verbeteren, de efficiëntie (tijd per protocol) te vergroten en de samenwerking tussen de bureaumedewerkers en commissieleden te intensiveren, zijn we in 2025 begonnen met een nieuwe opzet van de CCMO-commissievergaderingen.
Centraal hierin is een prominentere rol voor de bureaumedewerkers, die protocollen toelichten tijdens de vergaderingen en bespreekpunten kunnen aandragen. Daarnaast worden multidisciplinaire discussies bij de bespreking van de protocollen gestimuleerd. Belangrijk hierbij is de invoering van een bespreking van de protocollen in de vergadering aan de hand van vooraf ingediende bespreekpunten.
De kwaliteit van de protocolbespreking en de efficiëntie zijn hierdoor verbeterd en de nieuwe rol van de protocolcoördinatoren wordt zeer gewaardeerd. Een eerste evaluatie van het nieuwe systeem staat gepland voor begin 2026.
FAST-EU
In 2025 is de EU zich er nog meer van bewust geworden dat haar concurrentiepositie op het gebied van wetenschappelijk onderzoek ten opzichte van Azië en de Verenigde Staten (VS) is verslechterd. Sinds de start van CTIS in 2022 is het aantal geneesmiddelenstudies dat jaarlijks wordt ingediend ongeveer gelijk gebleven, maar ten opzichte van China en de VS, waar de indieningen duidelijk in aantal toenamen, blijft Europa achter. Hiervoor zijn meerdere oorzaken, maar lange doorlooptijden, de complexiteit en de onvoorspelbaarheid van het Europese toetsingssysteem spelen hier zeker een rol. De nieuwe Biotech-wet moet hierin verandering brengen.
Om niet te hoeven wachten tot de afronding van dit wetgevingstraject, is Europa in 2025 een pilot gestart, het FAST-EU-initiatief. Deze EU-brede pilot heeft als doel te onderzoeken of het mogelijk is de totale beoordelingstermijn van multinationale studies terug te brengen van meer dan 14 weken tot 10 weken. Daarnaast moet het beoordelingsproces voorspelbaarder worden voor de indiener/sponsor. Samen met de METC van het AUMC en de BEBO participeert de CCMO in deze pilot, die in 2026 van start zal gaan.
Toetsingslandschap
Mede op basis van het Strategisch Businessplan (SBP), in 2024 opgesteld door de CCMO en de NVMETC en de evaluatie van de WMO en de CCMO, is het ministerie van VWS in 2025 een project gestart om de toekomst van toetsing vorm te geven. Dit is een onderdeel van een breder programma om het klinisch onderzoekslandschap in Nederland te verbeteren. De CCMO draagt hier actief aan bij door het delen van expertise waar gewenst en nodig. Gevolg van deze ontwikkeling is een natuurlijke consolidatie van METC’s. Verschillende METC’s zijn in het afgelopen jaar gefuseerd en enkele hebben plannen voor fusies aangekondigd. De verwachting is dat het aantal zal afnemen tot 6 á 7, met een goede regionale spreiding. Feitelijk werken we zo aan het verhelpen van een kwetsbaarheid van het toetsingssysteem en zetten we hiermee een versterking in gang.
Samenwerken intensiveren
Zoals hierboven aangegeven is de interne samenwerking en die met de METC’s versterkt. De CCMO kijkt ook naar andere partners om voordeel uit samenwerking te halen. Zo is in 2025 de samenwerking met het CBG verder verdiept. We kijken daarbij naar de inhoud van ons werk en de werkprocessen, en hebben hierover operationeel overleg. Na een tijdelijke stop op het geven van gezamenlijk wetenschappelijk advies, zal dat in 2026 weer worden opgestart. Samen met het CBG zitten we in belangrijke initiatieven rond ‘regulatory science’ en het ontwikkelen van onderwijs.
Wisseling van de wacht
In 2025 heeft prof. dr. Joop van Gerven, na veertien jaar CCMO-lidmaatschap, waarvan acht jaar voorzitterschap, zijn voorzittershamer doorgegeven aan ondergetekende. De groei en volwassenwording die de CCMO onder zijn voorzitterschap en met de hulp van het MT heeft doorgemaakt is heel indrukwekkend! Hij is visionair geweest in de rol die de CCMO wat hem betreft zou moeten spelen in het snel veranderende onderzoekslandschap in Nederland. Maar vooral bijzonder is dat hij deze visie ook heeft kunnen substantiëren met de vele succesvolle initiatieven die onder zijn leiderschap zijn genomen. Het afscheid werd gevierd met een drukbezocht symposium waar hij ook een koninklijke onderscheiding ontving uit handen van burgemeester Jan van Zanen van Den Haag, ooit onderzoeksvertegenwoordiger binnen de CCMO-commissie. Met deze overgang in voorzitterschap, gaat de commissie op zoek naar een nieuwe balans.
In het voorliggende jaarverslag kunt u verdere details vinden over de onderzoeksprotocollen die bij de CCMO en de METC’s zijn ingediend.
Ik wens de lezer veel leesplezier en verneem graag als er zaken in het jaarverslag ontbreken, die wel in een jaarverslag thuis zouden horen.
Prof. dr. Michaël Boele van Hensbroek
Voorzitter Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)