Stan van Belkum vertrekt na vijf jaar als directeur van de CCMO. ‘Een beetje relativering, dat kan ik iedereen toewensen’.

Ruim voor de pensioenleeftijd heeft Stan van Belkum, ooit een van de beste waterpolospelers van Nederland, besloten dat zijn speeltijd bij de CCMO erop zit. Een publiekswissel, zou je kunnen zeggen, met opvolger Sipko Mülder, die per 1 juli 2026 zijn taak heeft overgenomen.

Ruim vijf jaar was Van Belkum algemeen secretaris/directeur. Een roerige periode, waarin de CCMO onstuimig groeide om mee te kunnen in de vaart van de Europese ontwikkelingen. Op 24 augustus neemt Van Belkum officieel afscheid met een receptie aan de Bezuidenhoutseweg 30 in Den Haag.

Beetje lol maken

In het monumentale, royaal galmende gebouw was de bulderende stem van Van Belkum vaak al een paar gangen verderop te horen. Of zijn vrolijke gefluit, want zijn humeur leek onverwoestbaar. Het is het belangrijkste advies aan zijn opvolger: zorg dat het een beetje leuk blijft. “Een beetje lol maken op je werk en een beetje dollen. Weet je, dat is veel belangrijker dan al die resultaten die geboekt worden. En een beetje relativeren, dat kan ik iedereen toewensen.”

Hij vindt het tijd voor iets nieuws. Bij zijn aantreden had hij al aangekondigd dat hij na vijf jaar weg zou gaan, al was hij dat zelf alweer vergeten. “Ik denk dat het goed is dat er nu een opvolger komt en dat dingen weer eens anders gaan. Wat ook meespeelt is dat mijn vrouw zeven jaar geleden ziek is geworden. Gelukkig is ze weer helemaal beter, maar het heeft ons wel doen beseffen dat we de kans moeten grijpen nu we allebei nog gezond zijn.”

Recalcitranter

Hij kijkt vooral met tevredenheid terug op de afgelopen jaren. “Er zijn veel dingen gelukt, maar sommige dingen ook niet. Spijt heb ik niet zo snel, dat ligt misschien ook niet zo in mijn aard. Jammer als iets niet gelukt is, maar daar stap ik dan ook weer makkelijk overheen. Soms denk ik wel dat ik nog iets recalcitranter had kunnen zijn. Gewoon denken: het zal allemaal wel, maar we gaan het gewoon doen.”

Daarmee doelt Van Belkum vooral op de reorganisatieplannen voor de CCMO, die geen goedkeuring kregen van het ministerie van VWS. “Daarom is het goed dat er nu duidelijkheid is gekomen met het programma ‘De toekomst van toetsing’. Het is anders dan wij hadden bedacht, maar dat is niet zo erg. Je kunt nu tenminste door. Want alles stond min of meer on hold totdat dit rapport er was. Voor mij is dit daarom een goed moment om het over te dragen. Ik had mijn ideeën daarover, die zijn het niet geworden. Dan is het goed dat iemand anders het overneemt. Ik heb er alle vertrouwen in dat Sipko dat goed gaat doen.”

In 2021 nam Van Belkum de leiding over van het bureau van de CCMO. In de jaren daarvoor was hij waarnemend directeur geweest bij het agentschap van het CBG. Het was geen gemakkelijke start. De COVID-pandemie heerste in volle hevigheid, er waren kort voordat hij kwam twee collega’s overleden, wat een grote impact had op de kleine organisatie. Kennismaken was lastig in verband met het thuiswerken. “Ik merkte dat de organisatie niet zo gewend was om te veranderen. De meesten vonden het wel prima zoals het ging. Dus de verandering die moest plaatsvinden in verband met de nieuwe Europese wetgeving, dat was een uitdaging.”

“Volgens mij maken de medewerkers zich nu niet meer zo druk over veranderingen, dat hebben ze supergoed gedaan. Ik ben er trots op hoe de CCMO zich heeft ontwikkeld van een vrij kleine organisatie waar iedereen elkaar kent naar een wat grotere club. En dat, voor zover ik dat kan beoordelen, iedereen zich daarin prettig voelt en de verantwoordelijkheid neemt voor het werk dat er moet gebeuren.”

Trots op de IVO

Ook is hij trots op de vervanging van de PIF (proefpersoneninformatieformulier) door de IVO (informatiebrief voor onderzoeksdeelnemers). “Ik zat hier nog geen dag en ik had al dertig keer het woord PIF gehoord. Iedereen vond de PIF waardeloos. Te dik, te complex, te juridisch, noem het allemaal maar op. De nieuwe IVO, die geschreven is in eenvoudige taal, zal heus niet alles in een keer oplossen, maar het is een mooi resultaat en ik ben er trots op dat we dit voor elkaar hebben gekregen.”

Hij noemt het als voorbeeld van de rol die een directeur moet spelen. “Ik heb wel eens gezegd dat een directeur in een geoliede organisatie niet zoveel hoeft te doen. Je moet vooral dingen los kunnen laten en overlaten aan de mensen die het echte werk doen. Maar je moet wel richting geven en een beetje duwen als het nodig is. Zoals met die PIF, dan vraag ik: als iedereen dit vindt, waarom doet niemand daar iets aan? Dan ga je uitzoeken waar het in zit. Dat bleek de spanning te zijn tussen de leesbaarheid en de juridische volledigheid. Dan moet je op een gegeven moment zeggen: sorry juristen, maar we doen dit voor de onderzoeksdeelnemers, daar richten we ons op. Dus dan geef je een duwtje die kant op.”

Zuchten en steunen

Een ander duwtje, of eigenlijk best een forse por, was de vervanging van het ICT-systeem waarmee onderzoeksaanvragen werden verwerkt. ToetsingOnline moest worden vervangen door een nieuw systeem. “Er liep al een traject toen ik hier binnenkwam, Romero. Als dat ter sprake kwam, begon iedereen te zuchten en te steunen. Dus zei ik: waarom doen we het dan? We moesten ons voorbereiden op de nieuwe Europese wetgeving, maar ik had al vrij snel door dat dit systeem niet de oplossing was. Dus ik heb dat project stopgezet. Ik kon meteen niet meer stuk hier. Maar toen … Er moest wel heel snel iets anders voor komen. Ik heb toen Kevin Horan gebeld, een Ierse ICT-man die ik kende uit mijn CBG-tijd. Ik wist dat hij verstand had van ons werk. Ik zei tegen hem: ‘Get your ass on the plane, we hebben je nodig’.”

Hij kijkt er nu met voldoening op terug, de manier waarop het nieuwe systeem tot stand kwam, met Horan als projectleider en veel inbreng van de eigen mensen. “En ook nog redelijk goedkoop. We zijn onder de 5 miljoen gebleven, terwijl het oorspronkelijk project 16 miljoen had moeten kosten.”

Het is een van de redenen waarom hij een groot vertrouwen heeft in de organisatie die hij achterlaat. “Het is een onwijs leuke club mensen die zich steeds meer bewust zijn van hun eigen rol en wat ze daarin kunnen bijdragen. En natuurlijk moeten er nog heel veel dingen worden opgelost en aangepakt. Maar ik denk dat de basis prima is.”

Kunstenaar

Intussen kijkt hij uit naar zijn vrijheid. Hij wil meer tijd gaan besteden aan de beeldende kunst. Naast zijn werk bij de CCMO was hij al actief als kunstschilder, keramist en fotograaf. “Nu kan ik worden wat ik wilde zijn: kunstenaar. Dus daar ga ik wel tijd in steken. En ik heb zo'n fietsje gekocht, een e-bike. Een soort brommer, eigenlijk. Als je dat ding in z'n vier zet, jongen, en je trapt zo weg … Je komt op plekken waar je nog nooit bent geweest.”

En Van Belkum blijft het vrijwilligerswerk doen dat hij de afgelopen jaren ook al deed, koken in een hospice. “Het is een hospice voor jongeren. In een ander hospice zou ik dit niet kunnen doen. Dan zou ik steeds denken: daar lig ik zelf over een paar jaar. Ik ben daar nu al een jaar of vijf de burritoman, ik maak altijd hetzelfde. En het is natuurlijk soms heel verdrietig wat je daar meemaakt, maar het is niet alleen maar kommer en kwel. Het is een heel leuke groep mensen die daar werkt. De waardering die je daar krijgt is heel anders dan hier. Eigenlijk is het veel bevredigender, omdat je daar heel concreet iets kunt betekenen voor iemand. Je zorgt ervoor dat iemand de laatste tijd van z'n leven gewoon lekker eet en drinkt. Dat is heel iets anders dan een notitie schrijven achter je bureau.”