De vervaardiging en invoer van onderzoeksgeneesmiddelen en auxiliaire geneesmiddelen moet voldoen aan de vereisten voor Good Manufacturing Practice (GMP) of gelijkwaardige standaarden. De documentatie die vereist is om naleving van GMP aan te tonen, wordt beschreven in paragraaf F van bijlage I bij de CTR:
- Voor geneesmiddelen die zijn toegelaten in de EU/EER (Europese Economische Ruimte) is geen documentatie vereist;
- Indien het geneesmiddel niet is toegelaten in de EU/EER, of niet beschikt over een handelsvergunning van een derde land dat lid is van de ICH en niet in de EU is vervaardigd, zijn een fabrikantenvergunning (MIA) en een QP-verklaring van GMP-equivalentie vereist. Een QP-verklaring van GMP-equivalentie is niet vereist als er een overeenkomst inzake wederzijdse erkenning (Mutual Recognition Agreement, MRA) is met het desbetreffende land en de MRA al voorziet in deze equivalentie;
- In alle overige gevallen is een fabrikantenvergunning vereist.
Uitzonderingen volgens artikel 61, lid 5, CTR
Een fabrikantenvergunning is niet vereist voor de volgende processen indien deze plaatsvinden in ziekenhuizen, gezondheidscentra of klinieken die deelnemen aan dezelfde geneesmiddelenstudie in dezelfde lidstaat, ongeacht of het onderzoeksgeneesmiddel door studiedeelnemers wordt gebruikt op deze locaties of vanuit deze locaties (bijvoorbeeld thuis) (CTR, Artikel 61.5):
- De bereiding van een onderzoeksgeneesmiddel in een apotheek volgens een medisch voorschrift voor een afzonderlijke patiënt zoals bedoeld in artikel 3, punt 1 van Richtlijn 2001/83/EG (magistrale bereiding);
- De bereiding van een onderzoeksgeneesmiddel in een apotheek overeenkomstig de voorschriften van een farmacopee en dat bedoeld is voor rechtstreekse levering aan de patiënten van de betreffende apotheek zoals bedoeld in artikel 3, punt 2 van Richtlijn 2001/83/EG (officinale bereiding);
- De bereiding van radiofarmaceutica gebruikt als diagnostische onderzoeksgeneesmiddelen;
- Heretikettering of herverpakking van onderzoeksgeneesmiddelen
Er geldt wel de voorwaarde dat deze processen uitgevoerd worden door ziekenhuisapothekers of andere personen die in die lidstaat daartoe wettelijk bevoegd zijn.
De processen moeten altijd plaatsvinden volgens de GMP-Z-richtlijn (Good Manufacturing Practice voor Ziekenhuisapotheken). Deze richtlijn vormt het kwaliteitskader voor veilig en zorgvuldig bereiden, verpakken en etiketteren van geneesmiddelen binnen de ziekenhuisfarmacie. Ook dient te worden voldaan aan CTR, Art. 61.6 waarbij lidstaten passende en evenredige voorschriften voor deze processen vaststellen en de processen onderwerpen aan regelmatige inspecties.
CTR-verklaring
Wanneer de IGJ een ziekenhuisapotheek inspecteert die werkzaamheden uitvoert zonder fabrikantenvergunning (op basis van CTR, Art. 61.5), wordt beoordeeld of deze activiteiten in overeenstemming zijn met de GMP-Z-richtlijn.
De betreffende locatie krijgt dan een CTR-verklaring welke bevestigt dat de werkzaamheden volgens GMP-Z zijn uitgevoerd en waarin vermeld staat welke activiteiten onder de uitzondering van CTR, Art. 61.5 zijn beoordeeld.
Voor een ziekenhuisapotheek is het ook mogelijk om een aanvraag te doen voor een CTR-verklaring via contact met de IGJ.
Met ingang van 1 oktober geldt dat er een geldige CTR-verklaring toegevoegd dient te worden bij de indiening van studies waarbij er gebruik gemaakt wordt van de uitzondering. Mocht de CTR-verklaring nog niet kunnen worden ingediend, kan de beoordelende toetsingscommissie contact opnemen met de IGJ om d GMP-Z naleving van de betreffende locatie te verifiëren. De locatie mag de voorgestelde activiteiten overeenkomstig CTR, Art. 61.5 in dit geval alleen uitvoeren na indiening van de CTR-verklaring middels een niet-substantiële wijziging (NSM) volgens CTR, Art. 81.9.