Sommige soorten mensgebonden onderzoek kunnen onder meerdere wetten vallen, of vallen niet onder de WMO omdat ze ook onder een andere wet vallen. Uitgebreide informatie is te vinden onder soorten onderzoek.

In het kort gaat het om de volgende soorten onderzoek:

  • Bevolkingsonderzoek. De WMO is niet van toepassing op bevolkingsonderzoek dat aan beide criteria van de WMO voldoet, maar waarvoor ook een vergunning nodig is op grond van de Wet op het Bevolkingsonderzoek. Niet-vergunningplichtig bevolkingsonderzoek dat wel wetenschappelijk onderzoek in de zin van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO), moet op basis van de WMO worden beoordeeld.
  • Onderzoek met embryo’s en de foetus valtonder de Embryowet.
  • Onderzoek met geslachtscellen kan zowel onder de Embryowet als de WMO vallen.
  • Onderzoek met medische hulpmiddelen valt meestal onder de WMO. De wettelijke kaders voor onderzoek met medische hulpmiddelen dan wel een actief implantaat zijn vastgelegd in het Besluit medische hulpmiddelen (art 13) en het Besluit actieve implantaten (art 7). Deze besluiten verplichten de fabrikant om voor aanvang van het onderzoek een positief oordeel van een erkende METC te overleggen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De beoordeling vindt niet alleen plaats op grondslag van de WMO, maar specifiek op geleide van de wetgeving rond medische hulpmiddelen. De vraag of onderzoek met een medisch hulpmiddel, dan wel een actief implantaat, onder de reikwijdte van geneesmiddelenonderzoek in de WMO valt, is van belang als het medisch hulpmiddel (dan wel een actief implantaat) ook een geneesmiddel bevat.
  • Onderzoek naar gentherapie/geneesmiddel met GGO valt vrijwel altijd onder de WMO. Daarnaast is voor onderzoek naar gentherapie in veel gevallen ook een vergunning op grond van het Besluit GGO nodig. Deze vergunningen worden afgegeven door het Bureau GGO van het ministerie van Infrastructuur en Milieu.