Een commissie kan alleen een positief oordeel over het onderzoeksprotocol uitspreken als (art 3 WMO):

  • het wetenschappelijk onderzoek bijdraagt aan nieuwe inzichten op het gebied van de geneeskunst
  • er geen eenvoudiger of minder belastende alternatieven zijn (bijvoorbeeld; liever geen wilsonbekwame proefpersonen)
  • het belang van het onderzoek in verhouding staat tot de bezwaren (belasting) en het risico van de proefpersoon
  • het onderzoek aan de wetenschappelijke eisen voor onderzoek voldoet
  • het onderzoek wordt uitgevoerd door of onder leiding van deskundige mensen
  • de eventuele vergoeding aan de proefpersoon niet bepalend kan zijn geweest voor diens keuze deel te nemen aan het onderzoek
  • in het protocol staat aangegeven in hoeverre het wetenschappelijk onderzoek aan de betrokken proefpersoon ten goede kan komen (bij groepsgebonden onderzoek: aan de groep waartoe de proefpersoon behoort).