Onder geneesmiddel voor gentherapie wordt verstaan een geneesmiddel dat is verkregen door een reeks fabricageprocédés gericht op de in vivo of ex vivo overdracht van een profylactisch, diagnostisch of therapeutisch gen (een stukje nucleïnezuur) naar menselijke of dierlijke cellen en de erop volgende expressie in vivo. Bij de genoverdracht vindt de expressie plaats met behulp van een toedieningsysteem, een zogeheten ‘vector’, dat een virale of niet-virale oorsprong kan hebben.

Onder genetisch gemodificeerd organismen (GGO) wordt verstaan ieder organisme waarvan de genetische samenstelling is veranderd op een wijze die van nature door voortplanting en/of natuurlijke recombinatie niet plaatsvindt. Een organisme is omschreven als iedere biologische eenheid die genetisch materiaal kan repliceren of overdragen.

Afhankelijk van de cellen waarin het erfelijke materiaal wordt veranderd, kan gentherapie worden ingedeeld in somatische gentherapie en kiembaangentherapie. Bij somatische gentherapie wordt het erfelijke materiaal van lichaamscellen gewijzigd. Dergelijke veranderingen zijn niet overerfbaar. Bij kiembaangentherapie wordt het erfelijk materiaal van geslachtscellen gewijzigd. Deze veranderingen worden wel aan het nageslacht doorgegeven en zijn dus overerfbaar. Deze vorm van gentherapie is in Nederland verboden.

Beoordeling door de CCMO

Sinds 5 maart 1999 is het Besluit Centrale Beoordeling (BCB) van kracht. Daarin staat in artikel 1, onderdeel a, dat voor ‘wetenschappelijk onderzoek waarbij in menselijke lichaamscellen opzettelijk wijzigingen worden aangebracht in het erfelijk materiaal’ de CCMO de aangewezen toetsingscommissie is. In het gewijzigde BCB van 3 januari 2006 werd deze formulering verruimd door er ‘…of het functioneren van het erfelijk materiaal specifiek wordt beïnvloed’ aan toe te voegen, zodat ook onderzoek met antisense oligonucleotiden of RNA-interferentie centraal moet worden beoordeeld (zie ook de nota van toelichting bij het gewijzigde BCB). Dit type onderzoek valt niet onder gentherapieonderzoek.

Daarnaast werd in het gewijzigde BCB artikel 1, onderdeel g, toegevoegd dat voor ‘wetenschappelijk onderzoek met een geneesmiddel dat genetisch gemodificeerde organismen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer de CCMO de aangewezen toetsingscommissie is. Dit heeft betrekking op onderzoek waarbij genetisch gemodificeerde organismen worden toegediend die niet het erfelijk materiaal in de lichaamscellen van de proefpersoon doelgericht wijzigen.

Door de centrale beoordeling van het door het BCB aangewezen onderzoek kan kennis worden gebundeld en ontstaat er een goed inzicht in de verdere ontwikkeling van deze nieuwe technieken en de implicaties ervan voor de maatschappij.

Meer informatie over de toetsing door de CCMO vindt u bij toetsingsprocedure en primaire indiening. Voor bepaalde typen onderzoek, zoals onderzoek naar gentherapie, biedt de WMO de CCMO de mogelijkheid de beslistermijn ter verlengen met maximaal 30 dagen (bovenop de termijn van 60 dagen). De beslistermijn bedraagt in die gevallen dus maximaal 90 dagen.

Beoordeling door andere instanties

Onderzoek naar gentherapie of met geneesmiddelen die een GGO bevatten, moet in Nederland door verschillende instanties worden beoordeeld. Dit soort onderzoek valt onder de definitie van geneesmiddelenonderzoek en moet ook marginaal worden getoetst door de bevoegde instantie, in dit geval de minister van VWS.

Daarnaast is voor werkzaamheden met GGO’s een vergunning nodig op grond van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer. Het Bureau Genetisch Gemodificeerde Organismen (Bureau GGO) verzorgt de vergunningverlening voor werkzaamheden met GGO’s die beoordeeld moeten worden op risico's voor mens en milieu. Dit gebeurt in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM), dat eindverantwoordelijk is voor de beschikkingen.

Loket Gentherapie

Een onderzoeksvoorstel op het gebied van gentherapie of met geneesmiddelen die een GGO bevatten, moet u indienen via het Loket Gentherapie. Dat stuurt het dossier door naar de desbetreffende overheidsinstantie(s) (CCMO, het ministerie van IenM/BGGO en het ministerie van VWS) en verzorgt de communicatie met de indiener. Zie voor meer informatie de website van Loket Gentherapie.

- SAE’s, SUSARs en onverwachte voorvallen met gevolgen voor de milieuveiligheid

Op de website van het Loket Gentherapie vindt u onder Meldingen meer informatie over het melden van ernstige bijwerkingen, ongewenste voorvallen en onverwacht voorvallen met gevolg voor de milieuveiligheid.

Europese regelgeving: ATMP

Geneesmiddelen voor gentherapie vallen onder de Europese classificatie van geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (advanced therapy medicinal product; ATMP). Er zijn drie categorieën voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie:

  • geneesmiddelen voor gentherapie (gene therapy medicinal products; GTMPs);
  • geneesmiddelen voor somatische celtherapie (somatic cell therapy medicinal products; sCTMPs);
  • weefselmanipulatieproducten (tissue engineered products; TEPs).

De definitie voor GTMPs is als volgt: geneesmiddelen voor gentherapie bevatten als werkzame stof een recombinant nucleïnezuur; de werking houdt rechtstreeks verband met de erin opgenomen recombinante nucleïnezuursequentie. De officiële definities worden gegeven in Richtlijn 2009/120.

Het regelgevend kader voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (ATMP) is vastgelegd in de Europese verordening (EG) nr. 1394/2007. Een overzicht van de Europese wet- en regelgeving, wetenschappelijke richtlijnen en guidances over verschillende relevante onderwerpen met betrekking tot geavanceerde therapieën is te vinden op advanced therapies, een themapagina van de website van de EMA.