Toetsing door de CCMO

Sinds februari 2006 is het 'nieuwe' Besluit Centrale Beoordeling medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (BCB) van kracht. Daarin staat dat voor 'wetenschappelijk onderzoek gericht op de ontwikkeling van celtherapie, waarbij gebruik wordt gemaakt van levende cellen' de CCMO de aangewezen toetsingscommissie is.

De nota van toelichting bij het gewijzigde BCB zegt over celtherapie onder andere: 'In de kliniek worden regelmatig behandelingen toegepast waarbij gebruik wordt gemaakt van menselijke lichaams- en stamcellen die na bewerking in het laboratorium aan de proefpersoon worden toegediend. Veel vormen van celtherapie zijn nog experimenteel en worden in het kader van medisch-wetenschappelijk onderzoek onderzocht voor wat betreft de veiligheid en de effectiviteit. Hierbij kan worden gedacht aan het in de hartspier inspuiten van autologe stamcellen verkregen uit beenmerg, het toedienen aan de patiënt van dendritische cellen die buiten het lichaam zijn “beladen” met tumoreiwitten met als doel de bestudering van het optreden van een afweerreactie tegen de tumor van de patiënt, en het kweken van botweefsel waarbij het gekweekte materiaal wordt getransplanteerd naar de patiënt. De aanwijzing betreft in de eerste plaats celtherapeutisch onderzoek waarbij gebruik gemaakt wordt van levende menselijke cellen, en dus niet onderzoek met dode cellen.'

Werkdefinitie

De CCMO heeft naar aanleiding van onduidelijkheid in het veld in 2008 een werkdefinitie voor celtherapie opgesteld, die breder is dan de definities van cellulaire geneesmiddelen voor geavanceerde therapieën. Deze luidt als volgt:

‘Onder celtherapieonderzoek wordt verstaan het toedienen van humane (autologe of allogene), of xenogene levende kernhoudende cellen aan de mens waarbij tijdens de isolatie, bewerking en/of toediening sprake is van losse individuele levende cellen en waarbij de (bewerking en/of toediening van de) cellen onderwerp van de onderzoeksvraagstelling zijn.’

Volgens deze werkdefinitie valt zowel onderzoek waarbij somatische als kiembaancellen worden toegediend aan de proefpersoon, onder het begrip celtherapie. De transplantatie van weefsels (met uitzondering van weefsels bestaande uit losse cellen zoals beenmerg) of organen valt niet onder het begrip celtherapie, tenzij voorafgaande aan de toediening wordt gewerkt met individuele cellen zonder directe interactie (cel-celcontact of cel-matrixcontact). Dit betekent dat klinisch onderzoek met stamcellen uit beenmerg voor hematologische ziekten ook onder de reikwijdte van het begrip celtherapie valt en door de CCMO als oordelende commissie dient te worden beoordeeld.

Europese regelgeving: ATMP

De meeste cellulaire producten vallen onder de Europese classificatie van geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (advanced therapy medicinal product; ATMP). Er zijn drie categorieën voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie:

  1. geneesmiddelen voor gentherapie (gene therapy medicinal products; GTMPs);
  2. geneesmiddelen voor somatische celtherapie (somatic cell therapy medicinal products; sCTMPs);
  3. weefselmanipulatieproducten (tissue engineered products; TEPs).

De definitie voor sCTMPs (somatic cell therapy medicinal products) is: geneesmiddelen voor somatische celtherapie: bestaan uit cellen of weefsels die wezenlijk gemanipuleerd zijn óf uit cellen of weefsels niet bestemd om de bij de ontvanger dezelfde essentiële functie te vervullen als bij de donor. De definitie voor TEPs (tissue engineered products) is: weefselmanipulatieproducten bestaan uit gemanipuleerde cellen of weefsel voor regeneratie, herstel of vervanging van menselijk weefsel. De officiële definities worden gegeven in Richtlijn 2009/120 (voor GTMPs en sCTMPs) en de Europese Verordening 1394/2007.

Het regelgevend kader voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie (ATMP) is vastgelegd in de Europese verordening (EG) nr. 1394/2007. Een overzicht van de Europese wet- en regelgeving, wetenschappelijke richtlijnen en guidances over verschillende relevante onderwerpen met betrekking tot geavanceerde therapieën is te vinden op advanced therapies, een themapagina van de website van de EMA.

Instellingsvergunning

Voor klinisch onderzoek op het gebied van celtherapie dat valt onder de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) was voorheen een instellingsvergunning nodig. Per 1 juli 2012 is deze komen te vervallen. Het schrappen van de vergunningsplicht is mogelijk geworden door een aanpassing van de Wet op bijzondere medische verrichtingen (Wbmv). In de praktijk betekent dit dat goedkeuring van het onderzoeksdossier door de CCMO (als centraal toetsende commissie) en een verklaring van geen bezwaar door de minister van VWS (als bevoegde instantie) volstaan om een celtherapieonderzoek te mogen uitvoeren. Voor andere toepassingen van celtransplantatie die niet onder de WMO vallen, is mogelijk wel een instellingsvergunning nodig.

Voor de bereiding van het product zijn vanzelfsprekend wel vergunningen nodig, zoals de Fabrikantenvergunning.

Onderbouwing cellulaire therapieën

De CCMO is in de afgelopen jaren in de beoordelingen van cellulaire therapieën regelmatig aangelopen tegen het ontbreken van een duidelijke onderbouwing van de voorgestelde toepassing. Soms leidt dit tot het afwijzen van een onderzoeksvoorstel. Daarom is deze discussie in meer algemene zin met het onderzoeksveld gevoerd. In dit overleg is gezamenlijk geconcludeerd dat bij onderzoek met cellulaire therapieën er voor ieder onderzoek een duidelijke hypothese moet zijn over een verondersteld mechanisme. In het onderzoek moet worden getracht deze hypothese te toetsen. Alle keuzes die worden gemaakt, zoals cellen van autologe of allogene oorsprong en dosering, moeten worden onderbouwd in het onderzoeksdossier. Lees meer hierover in de Notitie Onderbouwing cellulaire therapieën.