Wetenschappelijk onderzoek met embryo’s, en met geslachtscellen waarbij embryo’s tot stand worden gebracht, valt onder de Embryowet en wordt centraal getoetst door de CCMO. Wetenschappelijk onderzoek met geslachtscellen waarbij geen embryo’s tot stand worden gebracht en waarbij de geslachtscellen speciaal voor het onderzoek ter beschikking moeten worden gebracht, valt onder het toetsingsregime van de WMO. Toetsing van dit type onderzoek is krachtens het Besluit Centrale Beoordeling (BCB) ook voorbehouden aan de CCMO.

Protocollen voor wetenschappelijk onderzoek met geslachtscellen die overblijven na een ivf- of KI-behandeling, hoeven niet te worden getoetst onder de WMO of de Embryowet.

De Embryowet verplicht instellingen waar buiten het lichaam embryo’s tot stand worden gebracht een protocol vast te stellen betreffende handelingen met geslachtscellen en embryo’s (art 2).

Ook de beoordeling van onderzoek bij de foetus valt onder de Embryowet. Niet-invasief observationeel onderzoek bij de foetus wordt getoetst door een erkende METC. De toetsing van invasief observationeel onderzoek bij de foetus of onderzoek waarbij de toestand van de foetus opzettelijk wordt gewijzigd (interventieonderzoek), is voorbehouden aan de CCMO.

Hoofdpunten Embryowet

De Embryowet verbiedt het kloneren van mensen, geslachtskeuze en het tot stand brengen van mens-diercombinaties. Ook verbiedt de wet om het erfelijke materiaal in de kern van geslachtscellen of embryo’s te wijzigen. Geslachtscellen en embryo’s die niet langer voor de eigen zwangerschap worden gebruikt (bijvoorbeeld na ivf), mogen wel gebruikt worden voor:

  • donatie
  • het in kweek brengen van embryonale stamcellen
  • wetenschappelijk onderzoek

Degenen van wie de geslachtscellen afkomstig zijn of voor wie het embryo oorspronkelijk was bestemd, moeten hier hun toestemming voor verlenen. Voorwaarden voor wetenschappelijk onderzoek:

  • het moet zeker zijn dat de kennis die het onderzoek zal opleveren van belang is voor de geneeskunde;
  • er mag geen alternatieve onderzoeksmethode zijn;
  • de CCMO of een erkende METC moet vooraf haar goedkeuring geven.

De Embryowet verbiedt het genereren van embryo’s speciaal voor wetenschappelijk onderzoek.

Evaluaties Embryowet

Uit de eerste evaluatie in 2006 bleek dat de Embryowet goed werkt. Wel kwam naar voren dat de wet onvoldoende is toegesneden op wetenschappelijke ontwikkelingen. Uit het eerste evaluatierapport Embryowet bleek dat de wetenschappelijk onderzoekers zich goed aan de wet houden en dat ook de praktijk in de Nederlandse ivf-centra redelijk goed spoort met de doelstellingen van de wet.

September 2012 verscheen de tweede evaluatie van de Embryowet. De wet wordt goed nageleefd, zo is de conclusie. In het tweede evaluatierapport Embryowet worden echter ook knelpunten genoemd, zoals de belemmering van wetenschappelijk onderzoek door het verbod op het doen ontstaan van embryo’s (artikel 24a). Dat kan Nederland op achterstand plaatsen.
Uit een vergelijkende landenstudie, onderdeel van het evaluatierapport, blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat verschillen in de wetgeving tussen Nederland en andere landen leiden tot het uitwijken van onderzoekers naar het buitenland. Wel stelden gesprekspartners dat de strikte wetgeving in Nederland leidt tot een achterstand bij onderzoek dat zich bijvoorbeeld richt op de verantwoorde introductie van nieuwe reproductieve technieken.