Er zijn twee soorten medisch onderzoek:

1. Als u gezondheidsklachten heeft, gaat u naar een arts. Die onderzoekt u om de oorzaak van uw klachten te vinden. Dit heet diagnostisch onderzoek. Doel is om u beter te maken.

2. Er is ook medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dit gebeurt niet in de eerste plaats om u beter te maken. Er zijn drie soorten:

  • onderzoek om betere behandelingen voor ziekten te vinden. Voorbeelden: een beter middel tegen hoofdpijn, een nieuwe hartklep, betere hulp bij een depressie.
  • meer over een ziekte te weten komen. Voorbeelden: krijg je van drop een hoge bloeddruk? Wat is de oorzaak van ADHD? Wat gebeurt er bij een hernia?
  • een ziekte opsporen. Voorbeeld: hoe kunnen we (darm)kanker eerder opsporen? Kun je Parkinson al vroeg herkennen?

Meer informatie vindt u in de brochure Medisch-wetenschappelijk onderzoek - algemene informatie voor de proefpersoon, een uitgave van het ministerie van VWS.

Wie is proefpersoon?

Iedereen die meedoet aan medisch-wetenschappelijk onderzoek, heet een proefpersoon. Er zijn twee soorten proefpersonen: gezonde vrijwilligers en patiënten. Patiënten kunnen soms voordeel hebben van het onderzoek.

De onderzoeker voert het onderzoek uit. Hij of zij is bijvoorbeeld arts, wetenschapper, fysiotherapeut of psycholoog en weet veel van het onderzoek af.