Wil een METC in aanmerking komen voor erkenning en deze na toekenning behouden, dan moet zij aan een aantal eisen (zie WMO, art 16) voldoen:

  • Samenstelling: voor het beoordelen van onderzoeksvoorstellen in de zin van de WMO moeten erkende METC’s beschikken over de volgende WMO-deskundigen: één of meer artsen, een kinderarts ingeval van toetsing van onderzoek met proefpersonen jonger dan 16 jaar, deskundigen op het gebied van de rechtswetenschap, de methodologie van wetenschappelijk onderzoek en de ethiek plus een proefpersonenlid. Dit lid is iemand die het wetenschappelijk onderzoek specifiek vanuit het oogpunt van de proefpersoon beoordeelt. METC’s die ook geneesmiddelenonderzoek beoordelen, moeten daarnaast beschikken over een ziekenhuisapotheker en een klinisch farmacoloog. Deze twee disciplines kunnen in één persoon verenigd zijn. Dit geldt ook voor de disciplines arts en kinderarts;
  • Het reglement voldoet aan een minimaal aantal voorwaarden. Hier is onder meer de werkkring van de METC beschreven. Wijzigingen in het reglement van een erkende METC behoeven altijd goedkeuring van de CCMO;
  • De werkwijze van de METC is goed geregeld en omschreven;
  • Er is voorzien in de medewerking van externe deskundigen;
  • De METC voldoet aan de door de CCMO vastgestelde tienprotocolleneis: zij toetst minimaal tien protocollen per jaar.

De CCMO heeft de eisen waaraan erkende METC’s moeten voldoen nader ingevuld en aanvullende voorwaarden gesteld. Deze staan in de volgende CCMO-richtlijnen: