European Parliament adopts regulation on clinical trials on medicinal products for human use

(Only in Dutch) Op woensdag 2 april 2014 heeft het Europees Parlement de Europese verordening betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik aangenomen. De effectuering van de verordening zal in principe medio 2016 plaatsvinden. Een werkgroep onder regie van het ministerie van VWS onderzoekt welke aanpassingen er nodig zijn in het Nederlandse toetsingssysteem.

De Europese verordening is ontworpen om het goedkeuringsproces voor geneesmiddelenonderzoek in de Europese Unie te harmoniseren en vereenvoudigen. Doel is het stimuleren van grensoverschrijdend geneesmiddelenonderzoek. De  bescherming van de proefpersoon en de integriteit van de gegevens staan centraal.
Reden voor een verordening is dat de verwachte harmonisatie tussen Europese lidstaten na de inwerkingtreding van de richtlijn Goede Klinische Praktijken (2001/20/EC) uitbleef. De administratieve lasten, de kosten en de tijd tussen de aanvraag en de start van een onderzoek namen toe, terwijl het aantal geneesmiddelenstudies in Europa daalde. De verordening is van toepassing op al het klinisch geneesmiddelenonderzoek dat binnen de Europese Unie wordt uitgevoerd. Daarbij is geen onderscheid gemaakt tussen multinationaal en nationaal onderzoek.

De verordening is rechtstreeks van toepassing in elke lidstaat van de Europese Unie. Omzetting in nationale wetgeving is dus niet nodig. Voorwaarde voor inwerkingtreding is wel dat ruim van tevoren een goed functionerende Europese portal en database zijn ontwikkeld. Deze spelen namelijk een centrale rol bij de samenwerking en communicatie tussen de lidstaten en het indienen van onderzoeksdossiers.

In de verordening is een scheiding aangebracht tussen een deel-1-beoordeling (de medisch-wetenschappelijke en productbeoordeling) en een deel-2-beoordeling. Dit tweede deel heeft betrekking op nationale zaken, zoals de informatiebrief voor proefpersonen, de toestemmingsprocedure en privacyaspecten. Ook de verzekering, vergoedingen aan proefpersonen en onderzoekers, de geschiktheid van onderzoekers en faciliteiten en eisen voor het gebruik van lichaamsmateriaal vallen onder deel 2. Ook moet er een oordeel van een ethische commissie zijn dat zowel betrekking kan hebben op aspecten uit de deel-1- als de deel-2-beoordeling.

Bij multinationaal  geneesmiddelenonderzoek voeren de lidstaten waarin het onderzoek zal plaatsvinden, gezamenlijk de deel-1-beoordeling uit. Per studievoorstel is telkens één lidstaat rapporterend lidstaat: dit land stelt het beoordelingsrapport over deel 1 op. Dit gebeurt in afstemming met de andere landen die aan de studie deelnemen. De deel-2-beoordeling verzorgt iedere lidstaat afzonderlijk. Het resultaat van de beoordelingen van deel 1 en 2 is het besluit dat iedere lidstaat afzonderlijk afgeeft via de centrale Europese portal, mits er geen negatief oordeel is van een ethische commissie.

De termijn waarbinnen deze beoordeling moet plaatsvinden, is voor de meeste geneesmiddelenstudies vastgesteld op 45 dagen, met de mogelijkheid deze met 31 dagen te verlengen. Niet voldoen aan deze termijnen kan leiden tot stilzwijgende goedkeuring. Nieuw is dat er ook voor de beantwoording van vragen termijnen zijn vastgelegd. Mist de opdrachtgever de deadline hiervoor, dan moet deze het dossier terugtrekken.

Voor het berekenen van de totale beoordelingstermijn moet rekening worden gehouden met de termijn voor het validatieproces (maximaal 25 dagen) en het informeren van de opdrachtgever over het samengestelde besluit van de deel-1- en deel-2-beoordeling (maximaal 5 dagen).

Een ander belangrijk punt in de verordening betreft de voorwaarden waaronder onderzoek met kwetsbare groepen, zoals minderjarigen,  wilsonbekwame volwassenen, zwangeren en vrouwen die borstvoeding geven, is toegestaan. Daarnaast verplicht de verordening onderzoekers om onderzoeksgegevens en de samenvatting met onderzoeksresultaten publiek toegankelijk te maken. Ook verplicht de verordening registratiehouders om het volledige klinische studierapport openbaar te maken zodra een beslissing over marktautorisatie is genomen of het verzoek tot marktautorisatie wordt teruggetrokken. Opdrachtgevers die niet voldoen aan deze regels, kunnen een boete verwachten.

Vraag is nu welke aanpassingen in het Nederlandse toetsingssysteem nodig zijn om de beoordeling van geneesmiddelenonderzoek volgens de Europese verordening uit te voeren. Het ministerie van VWS heeft februari 2014, mede op initiatief van de CCMO, een werkgroep geformeerd om dit te onderzoeken. Hierin zijn de Nederlandse Vereniging van METC’s (NVMETC), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG), de CCMO en het ministerie van VWS vertegenwoordigd. Uitgangspunt is dat de geïntegreerde beoordeling wordt gehandhaafd. Het opstellen van een beoordelingsrapport en de beoordeling in samenwerking met andere lidstaten vraagt echter wel om een meer centraal systeem met een goed uitgeruste commissie die frequent bijeenkomt. Ook is een staf vereist die snel en efficiënt een kwalitatief hoogwaardig beoordelingsrapport kan opstellen. De werkgroep gaat na op welke wijze dit het best en op een kosteneffectieve wijze is te realiseren.

Zie ook het persbericht van het Europees parlement.